De korjaal neemt een aftakking van de rivier. In de bocht waar het water tussen boomwortels stilstaat is een klein vlot van petflesjes, plastic tasjes en andere verpakkingsmaterialen aangespoeld. 'Dit is toch potdomme Loosdrecht niet?' mompelt Gigengack. Zorgvuldig manoeuvrerend legt Stefan aan en laat de dames uitstappen. De vochtige hitte legt een waas van condens op Gigengacks blote armen en decolleté. Ze veegt haar nek af met een stuk keukenrol. Beljaars puft dat ze nog nooit in een stoompan heeft gezeten, maar dat ze nu snapt hoe haar boontjes zich voelen. Gigengack vergelijkt de omstandigheden met die in een baarmoeder. 'Goed geheugen heb je,' zegt Beljaars.